In Ghana, een land in West Afrika,  wordt een toenemend aantal vrouwen beschuldigd van hekserij. Deze vrouwen worden verbannen uit hun gemeenschap omdat ze sociaal onwenselijk gedrag vertonen. Meer dan duizend Ghanese vrouwen verblijven inmiddels in heksenkampen.     

 

Waarom neemt het aantal heksen beschuldigingen in Ghana toe ? Het stijgende aantal heksen is een onverhoopt effect van Westerse ontwikkelingshulp. Potentiële heksen, beter bekend als ‘geesteskinderen’ werden voorheen bij de geboorte geofferd aan de voorouders; een efficiënte manier in een arm land als Ghana om meisjes met lage overlevingskansen, bijvoorbeeld door een geestelijke of lichamelijke handicap, niet langer te hoeven voeden. In arme gezinnen is iedere mond er één en dien verstande investeert de gemeenschap liever in diens sterksten leden. De veelal Christelijke ontwikkelingsorganisaties voeren een strijd tegen kindermoord en houden daarmee de zwakkeren leden van de Ghanese gemeenschappen kunstmatig in leven. Hierdoor creëren zij een pool van mensen, die alsnog worden uitgestoten uit de gemeenschap na te zijn beschuldigd van hekserij. Naast dit negatieve effect van ontwikkelingshulp dragen Christelijke ontwikkelingsorganisaties ook in religieusideologische zin onbewust bij aan de toename van het aantal heksenbeschuldigingen in Ghana. Deze ontwikkelingsorganisaties indoctrineren de Ghanezen en andere Afrikanen met het idee dat de vrouw geboren is als huisvrouw, moeder en steunpilaar voor hun man. De verspreiding van dergelijke denkbeelden onder Afrikanen leidt ertoe dat vrouwen die dit rolmodel niet willen of kunnen vervullen, bijvoorbeeld door dat ze onvruchtbaar zijn, door hun omgeving worden uitgemaakt voor handlangers van de duivel; een gedachtegang die hekserij beschuldigingen in de hand werkt, zoals we ook uit de Europese geschiedenis kunnen leren. 

 

De christelijke ontwikkelingshulp in o.a. Ghana draagt door het bestrijden van infanticide en de verspreiding van het Christelijk geloof dus bij aan een toename van het aantal beschuldigingen van hekserij in Afrika. De vrouwelijke slachtoffers van deze beschuldigingen moet leven in een sociaal isolement ver verwijdert van hun familie en hun natuurlijke leefomgeving. Zijn deze vrouwen beter af met of zonder deze Christelijke ontwikkelingshulp ? En is deze vorm van ontwikkelingshulp nu efficiënt ? Over het antwoord valt te twisten en juist de huidige discussies over de efficiëntie van de bestaande ontwikkelingshulp schept ruimte om na te denken over alternatieve vormen van deze hulp. In plaats van de verspreiding van het Christelijk geloof, de bestrijding van infanticide en de hulpverlening aan de slachtoffers van hekserij zou ontwikkelingsgeld wellicht beter gebruikt kunnen worden om het probleem dat hekserij veroorzaakt aan te pakken door meer geld te investeren in het monitoren van democratische verkiezingen in Afrikaanse landen en in het veranderen van de economie van diens gerichtheid op de uitbuiting van de bevolking door een lokale elite – een zogenaamde op extractie gerichte economie – naar een economie, die de meerderheid van een volk bij de economische activiteiten in het land betrekt – een zogenaamde inclusieve economie. De wereldgeschiedenis leert dat een dergelijke economie bloeit in landen waar het machtsmonopolie van lokale elites is doorbroken. Hoe rijker de meeste mensen in een land zijn, hoe eenvoudiger het voor hen zal zijn om niet de keuze te hoeven maken om de zwakkere en/of andersdenkende leden van hun gemeenschap te doden of te verbannen. Het aantal kindermoorden en het aantal beschuldigingen van hekserij neemt in de meeste gevallen af in landen met een democratisch bestel en een inclusieve economie.     

 

Een andere manier van het vergroten van de efficiëntie van ontwikkelingshulp is door seculiere onderwijs in Ghana in te voeren en te financieren in plaats van het bestaande Christelijke maar ook Islamitische onderwijs blijvend te bekostigen, dat onbewust het aantal hekserijbeschuldigingen in Ghana doet toenemen.

 

De efficiëntie van de huidige ontwikkelingshulp voor de long durée kan verder worden verbeterd door beter na te denken over de kern van de problemen in ontwikkelingslanden. Investeringen in veranderingen van het politiek en economisch bestel zijn doorgaans effectiever dan symptoom bestrijding door  religieuze organisaties die zelf, dikwijls onbewust en in onwetendheid over de eigen cultureel en religieuze geschiedenis en de cultuur en religie in de landen waar zij opereren problemen in stand houden of juist veroorzaken.

 

Voor een  kritiek op de inefficiëntie van de huidige ontwikkelingshulp zie ook:

http://www.nrcreader.nl/2013/7/26/1891-ontwikkelingshulp-stimuleert-corruptie-en-wanbeleid-in-mali?

 

Voor de trailer van een documentaire over de heksen van Gambaga in Ghana zie: http://www.youtube.com/watch?v=bR5wyAY20-Q.

 

Louise Müller is gepromoveerd in de Afrikanistiek en is een fellow van het Afrika Studie Centrum in Leiden. Onlangs voltooide zij o.a. een boek over religie en volkshoofden in Ghana. Zie: http://www.lit-verlag.de/isbn/3-643-90360-0

Joomla templates by a4joomla